Extra informatie

Hier kunt u nog wat na lezen over het volgende:
    • Geschiedenis van begraven
    • Culturele gebruiken
    • Trends


Geschiedenis

Het begraven en cremeren van overledenen is al duizenden jaren in ons land gebruikelijk. Maar in de afgelopen 5500 jaar is de voorkeur steeds gewijzigd. De ene keer vanwege religie of nieuwe wetgeving, de andere keer vanwege hygiëne of ruimtegebrek.

BEGRAVEN EN CREMEREN, HOE GEBEURDE DAT VROEGER?
Periode 3500 tot 1600 voor Christus, Hunnebedden, de eerste collectieve graven.

De oudste gegevens over omgang met doden stammen uit 3500 voor Christus. Grote stenen uit de voorlaatste IJstijd werden in ons land gebruikt om hunebedden te maken. Voor het Trechterbekervolk - genoemd naar een van hun gebruiksvoorwerpen - waren deze hunebedden de plek waar zij hun doden collectief konden begraven.

De grootstenige graven bestonden uit stenen tot zo'n dertigduizend kilo per stuk. De overledenen werden begraven in de grafkelder, gevormd door de stenen. Deze lag altijd in de richting van de opkomende zon, het oosten. De ingang van het hunebed kwam aan de zuidzijde. Over de stenen kwam een dekheuvel met zand, zodat alleen een langwerpige heuvel met de punten van de stenen zichtbaar bleef.

In de rechthoekige grafkelder werden de overledenen zittend, gehurkt of liggend bijgezet. Daar omheen legden de nabestaanden giften: sieraden, wapens en bekers met voedsel. Uit deze giften blijkt dat ze geloofden in een leven na de dood. Zo begroeven ze honderden jaren lang de doden in deze hunebedden. Er werden zodoende meerdere generaties in begraven. Waarschijnlijk ruimden ze de grafkelders op bepaalde momenten.

In Scandinavië, Duitsland en Nederland zijn veel hunebedden te vinden. Nederland heeft er iets meer dan 50. Met verschillende typen grafkelders. Ook zijn er kleinere steenkist- en keldergraven gevonden. Dat zijn waarschijnlijk de opvolgers van de hunebedden. Deze kleine graven werden vermoedelijk afgedekt met hout.

Periode 1600 voor tot 800 na Christus, cremeren van incident naar traditie.

Het verbranden van doden gebeurde in ieder geval vanaf de Midden Bronstijd. Uit die tijd zijn namelijk crematiegraven gevonden. De overledenen werden op een brandstapel van verschillende houtsoorten verbrand. De verbrande resten plaatsten de nabestaanden in een grafkuil of een boomkist. In de Late Bronstijd (vanaf 1100 voor Christus) werd deze lijkverbranding een traditie. De verbrande resten werden vanaf die tijd in een urn, doek of los in een kuil begraven. Er ontstonden grote urnenvelden met verschillende typen grafmonumenten. Tot 500 voor Christus (de Vroege IJzertijd) zijn deze urnenvelden veel gebruikt.

Er zijn bewijzen gevonden dat mensen in de Late IJzertijd de lichamen van overledenen eerst in de open lucht lieten vergaan voordat ze werden verbrand. Tussen overlijden en cremeren kon soms wel een jaar zitten. Het verbranden van de doden vormde ook in de daarop volgende duizend jaar een wezenlijk onderdeel van Griekse, Romeinse en Germaanse samenlevingen. Dit bleef zo tot de komst van het christendom, zo rond het jaar 800.

Periode 800 tot 1800 na Christus, grafkelders in de kerken.

In het voorjaar van 785 verbood de toenmalige vorst Karel de Grote het verbranden van doden. Alleen bij epidemieën of na grote veldslagen was cremeren nog toegestaan. Vanaf dat jaar kreeg begraven ook in Nederland steeds meer de voorkeur. In die tijd begroeven mensen hun doden eerst nog buiten de nederzettingen. Maar langzamerhand werd, mede vanwege het geloof, de voorkeur gegeven aan begraven in of vlakbij de kerk.

Voornamelijk belangrijke inwoners en geestelijken werden begraven in de grafkelders van kerken. De graven in kerken werden veelal afgedekt met vlakke hardstenen dekplaten met ingehakte teksten, symbolen en familiewapens. Pas enkele honderden jaren later was het ook voor anderen mogelijk om zich in de kerk te laten begraven. Maar vanwege de hoge kosten lag dat niet voor iedereen binnen handbereik. Mensen met minder geld kwamen in een gemeenschappelijke grafkelder, ook wel meugveel of slokop genoemd. De allerarmsten werden buiten de kerk begraven, op de mindere plaatsen van het kerkhof.

Begraafplaatsen buiten de bebouwde kom.
Mede omdat er epidemieën in Nederland heersten, zoals de pest, werd het steeds onhygiënischer in en rond de kerken. Aan het einde van de 18de eeuw nam het verzet tegen het begraven op die plaatsen dan ook toe. Uiteindelijk werd het vanaf 1829 in Nederland verboden om nog in kerken en binnen de bebouwde kom te begraven. Een uitzondering was er voor diegenen die al een eigen grafkelder bezaten. Gemeentes met meer dan 1000 inwoners moesten een begraafplaats aanleggen buiten de bebouwde kom. Ook mochten particulieren een privé-begraafplaats aanleggen. Verschillende adellijken deden dat dan ook.

Periode 1800 tot heden, cremeren en begraven aan elkaar gelijk.

Tegelijk met het verzet tegen het begraven in en rond de kerken, ontstond weer de interesse in cremeren. Vooral medici en wetenschappers stelden dat het verbranden van overledenen de bestrijding van epidemische ziekten positief kon beïnvloeden. Zij ontdekten dat de ontbindende lijken mogelijk het drinkwater konden besmetten. Tijdens medische congressen pleitten zij openlijk voor het legaliseren van lijkverbranding.

In Italië kwam het eerste initiatief: het eerste Europese crematorium. En hoewel in Italië een verdere bevordering van cremeren werd tegengehouden door de rooms-katholieke kerk, kwamen in andere landen opvolgende initiatieven. Zowel in Engeland, Frankrijk als Duitsland kwamen crematoria. In Duitsland werd Eduard Douwes Dekker (Multatuli) in 1887 als eerste Nederlander gecremeerd. In die tijd was dat in Nederland nog niet mogelijk. Wel was in 1875 'eene vereeniging tot invoering der lijkverbranding in Nederland' opgericht.

Deze vereniging liet op het terrein van de begraafplaats Westerveld in Driehuis in 1911 een eerste crematorium bouwen. Op 1 april 1914 vond daar de eerste crematie plaats. Deze crematie was eigenlijk nog illegaal, omdat in de wetgeving lijkverbranding nog niet was opgenomen. Vanaf 1955 is crematie wettelijk toegestaan. En vanaf 1968 stelt de wet cremeren gelijk aan begraven. In 2003 werden iets meer overledenen gecremeerd (50,9%) dan begraven. *) Cremeren komt van het Latijnse woord cremare dat verbranden betekent.


Culturele gebruiken.

In het huidige Nederland zijn er twee manieren om met het lichaam van een overleden om te gaan. We begraven het lichaam of cremeren het zodat er as overblijft. Maar er zijn in de wereld ook andere manieren. Zo lieten de Egyptenaren hun overledenen mummificeren. En kannibalen op Paaseiland aten hun doden op.

VAN MUMMIES UIT CHILI TOT CREMATIES OP DE GANGES IN INDIA.

Er zijn grofweg vijf manieren om met een lichaam van een overledene om te gaan:
    • Mummificatie door balseming
    • Kannibalisme
    • Blootstelling aan lucht
    • Tewaterlating
    • Verbranding
    • Begrafenis

Mummificatie door balseming
Mummificatie door balseming is het meest bekend van de farao's in Egypte. Maar in Afrika en Chili zijn mummies gevonden die zo'n 6000 jaar oud zijn. Zo is van het Chinchorro-volk uit Chili bekend dat zij bijna 6000 jaar geleden de huid en spieren van het lichaam verwijderden en het lichaam vervolgens opzetten. Ze gebruikten daarvoor klei, veren en hout.

De Egyptenaren deden dat 2000 jaar later anders. Zij verwijderden de inwendige organen uit het lichaam van de overledene. Alleen het hart lieten ze zitten. Daarna werd het lichaam gedroogd met zout en behandeld met onder andere vloeibare hars. Het lichaam werd opgevuld met proppen linnen, zand en zaagsel. Uiteindelijk wikkelden ze linnen windsels om het lichaam. De Egyptenaren van die tijd geloofden dat de ziel eeuwig leefde als het lichaam behouden bleef.

Kannibalisme
Het eten van dode lichamen kwam vroeger in verschillende culturen voor. Sommige indianen in Amerika en Afrikaanse stammen aten dode lichamen op. Zowel het opeten van familie en stamgenoten als het opeten van vreemden, bijvoorbeeld gedode vijanden, kwam voor. Vaak had dit eten een magische of rituele reden. Zo dachten de Azteken dat het drinken van mensenbloed magische krachten gaf. Ook op Paaseiland werd mensenvlees gegeten. Niet alleen om religieuze redenen maar ook omdat de bewoners van het eiland het vlees lekker vonden.

De eerste vormen van kannibalisme leiden zo'n 500.000 jaar terug. De Neanderthalers deden het al. Tegenwoordig komt het, voor zover bekend, niet meer voor. Wel zijn er recentelijk vormen van kannibalisme bekend uit Nieuw Guinea. Maar toen daar in de vijftiger jaren steeds veel mensen een vreemde trilziekte kregen (kuru genaamd), is kannibalisme uiteindelijk verboden.

Blootstellen aan lucht
Het neerleggen van overledene in de open lucht werd vooral gedaan om het vlees te laten vergaan en de beenderen over te houden. Bij sommige culturen was het gebruikelijk dat wilde dieren het vlees opaten. Bekend zijn de Parsi's uit India. Zij leggen hun doden op de 'Toren van Stilte' zodat al het vlees door de gieren kan worden gegeten. De overgebleven beenderen worden daarna verzameld. Zo keert het lichaam terug naar de cirkel van leven zonder de aarde te bevuilen.

Het vergaan van een lichaam in de open lucht kan ook zonder de tussenkomst van wilde dieren. Zo hebben archeologen aangetoond dat in Nederland zo'n 2000 jaar geleden voorafgaand aan een crematie lichamen van overledenen werden blootgesteld aan de open lucht. Soms duurde het een jaar voordat de verbranding van de beenderen plaatsvond. Om te voorkomen dat het hele lichaam werd meegenomen, legden mensen het lichaam soms op een hoge plaats neer

Tewaterlating
Bij de rivier de Ganges in India is het gebruikelijk om overledenen aan het water toe te vertrouwen. De rivier is voor hindoes een heilige rivier. Hindoes geloven in reïncarnatie. Zij verbranden meestal hun overledenen, zodat de ziel snel verder kan naar een nieuwe bestemming. Stijgt de ziel op vanuit de Ganges dan kan de ziel opstijgen naar het hiernamaals, Nirvana. Daarom vinden er veel crematies op de Ganges plaats. Jonge kinderen en heilige mannen worden niet gecremeerd. Zij worden zo in het water gelaten.

In sommige culturen laten nabestaanden het lichaam van de overledene afdrijven over een rivier of zee. Het lichaam krijgt ergens ver weg een nieuwe bestemming. Een andere wijze van tewaterlating is het zeemansgraf. Bij een zeemansgraf wordt een overledene in zee begraven. Na enkele ceremoniële handelingen wordt het lichaam overboord gezet. In Nederlandse wateren is dit niet toegestaan, wel in internationale wateren. Ook zijn op sommige plekken langs de kunst speciale zeemansgraven aangewezen, zoals bij Engeland en Schotland, Portugal en Zuid-Afrika.

Verbranding
Verbranding of cremeren heeft bij sommige culturen een religieuze achtergrond. Zo geloven hindoes, sikhs en boeddhisten in een onsterfelijke ziel die een reis aflegt. Het cremeren van een overledene zorgt voor een snelle en volledige bevrijding van de ziel. Ook het lichaam van Boeddha zelf werd gecremeerd.

In Nederland is net als in veel Scandinavische landen steeds meer belangstelling voor crematie. Toch bestaan er grote verschillen tussen landen. In Europa heeft Engeland het hoogste crematiepercentage van bijna 70%. Daarna volgen de Scandinavische landen Denemarken (ongeveer 65%) en Zweden (ongeveer 60%). Opvallend is het lage percentage in Frankrijk en Spanje. Japan heeft wereldwijd het hoogste percentage crematies: bijna 99%.

Begraven
Het (verplicht) begraven van overledenen geldt vooral bij christenen, moslims en joden. Zij geloven in een leven na de dood. Uiteindelijk leidt de dood in dit leven naar de wederopstanding. Dan zullen alle doden weer tot leven komen. En weer worden herenigd met hun geest of ziel. Vooral dit laatste is voor orthodoxe gelovigen een belangrijke reden om te kiezen voor een begrafenis.

Voor joden en moslims is het vaak belangrijk om op een eigen begraafplaats te worden begraven. Of op een speciaal gedeelte van een begraafplaats dat alleen voor hen bestemd is. Rituelen zoals het wassen van de overledene maken deel uit van begrafenisrituelen.


Trends

Op basis van invriezen in combinatie met vloeibare stikstof een overledene ecologisch begraven, kan dat? Het antwoord daarop komt uit Zweden. Daar is in de afgelopen decennia gewerkt aan een nieuwe manier van lijkbezorging: vriesdrogen.

VRIESDROGEN, EEN NIEUWE MANIER VAN BEGRAVEN.

De vraag 'wilt u worden begraven of gecremeerd?', krijgt misschien een derde optie: vriesdrogen. Vriesdrogen is een nieuwe manier van begraven. Althans, volgens het Zweedse bedrijf Promessa, dat in de afgelopen twintig jaar deze ecologische manier van begraven heeft ontwikkeld.

Wat is vriesdrogen?
Bij vriesdrogen wordt het lichaam van de overledene bevroren. Tien dagen lang wordt het lichaam gekoeld totdat het een temperatuur van min 18 graden Celcius heeft. Het bevroren lichaam wordt dan ondergedompeld in een bad van vloeibare stikstof. Misschien heeft u vloeibare stikstof wel eens gezien. Huisartsen gebruiken het onder andere voor het verwijderen van wratjes.

De vloeibare stikstof heeft een temperatuur van min 196 graden Celcius. Doordat het bevroren lichaam met de stikstof in aanraking komt, wordt het breekbaar. Door het daarna te trillen, valt het lichaam uiteen in hele kleine deeltjes. Dat ziet er uit als poeder. Uit het poeder wordt het vocht onttrokken door het vacuüm te maken. Metalen deeltjes worden vervolgens met een magneet uit het poeder gehaald. Zo blijft er droog, reukloos poeder over met een gewicht van zo'n 25 tot 30 kilo. Ongeveer een derde van het oorspronkelijke gewicht.

Deze techniek heeft als officiële naam: lyofilisatie. Het is geen nieuwe techniek. Vriesdrogen wordt toegepast bij voedsel, bijvoorbeeld voor de ruimtevaart maar ook voor bijvoorbeeld bergbeklimmers. Door het voedsel tot poeder te reduceren kan dit eenvoudig worden meegenomen. Door er later water aan toe te voegen, krijgt het voedsel weer de oorspronkelijke vorm en kan het worden gegeten.

Wat is het verschil met cremeren?
Bij cremeren wordt het lichaam van een overledene verbrand. Dit gebeurt in een oven die een temperatuur heeft van ongeveer 1000 graden Celcius. Na de verbranding blijft as over. De as komt in een asbus of een urn of kan worden verstrooid. As is niet milieuvriendelijk. Als deze uiteindelijk in zeewater terechtkomt kan het daar schade aanrichten, bijvoorbeeld zuurstofuitputting.

Het poeder dat overblijft na vriesdrogen is organisch. Het vergaat niet als het droog blijft. Maar wordt het in de grond begraven en komt er vocht bij, dan zal het poeder binnen een half jaar tot een jaar vergaan tot compost.

Kan vriesdrogen in Nederland?
Vriesdrogen wordt nog nergens in de wereld toegepast. Het Zweedse bedrijf Promessa is in Zweden al wel een eerste locatie aan het bouwen. In Zweden hebben dan ook verschillende organisaties belangstelling getoond voor deze nieuwe manier van lijkbezorging. Ook in landen als Engeland, Duitsland, de Verenigde Staten en Nederland is interesse naar het vriesdrogen van overledenen.

Maar voor vriesdrogen is nieuwe wetgeving nodig. De huidige wetgeving maakt vriesdrogen nog niet mogelijk. Bovendien moeten mensen zich willen laten vriesdrogen. Er moet belangstelling zijn voor deze nieuwe wijze van lijkbezorging. Al met al betekent dit, dat het nog wel enkele jaren kan duren voor vriesdrogen in Nederland mogelijk zal zijn. Niet voor niets duurde het ook bijna honderd jaar voordat cremeren in heel Nederland geaccepteerd was.


-naar boven-